Diafragma

Gepubliceerd op 23 augustus 2026 om 22:13

Welk diafragma het beste is, hangt af van wat je wilt fotograferen. Het bepaalt niet alleen hoeveel licht op de sensor valt, maar ook de scherptediepte, achtergrondonscherpte en technische scherpte.

Wees voorzichtig met f/22. Je krijgt veel scherptediepte, maar ook sneller last van diffractie: licht buigt bij de kleine opening langs de diafragmalamellen, waardoor fijne details minder scherp worden. Voor maximale beeldkwaliteit is f/22 daarom zelden ideaal.

Voor landschap en stadsfotografie is f/8 vaak een veilige keuze. Veel lenzen presteren daar sterk: voldoende scherptediepte, goede scherpte en nog weinig last van diffractie. Bij weinig licht is f/5.6 vaak praktischer, omdat je een kortere sluitertijd kunt gebruiken. Heb je een onderwerp dichtbij dat ook samen met de achtergrond scherp moet zijn, dan is f/11 een goed compromis.

Sensorformaat speelt mee. Op Micro Four Thirds ontstaat sneller veel scherptediepte, maar diffractie wordt ook eerder zichtbaar. Wat op full-frame goed werkt rond f/16, bereik je op APS-C ongeveer bij f/11 en op Micro Four Thirds rond f/8.

Voor straatfotografie werkt “f/8 and be there” nog altijd goed: stel vooraf scherp op twee tot drie meter en je hebt met een 28 of 35 millimeterlens vaak genoeg scherpte om snel te reageren.

Maximale scherpte is niet altijd het doel. Een groot diafragma, zoals f/1.8 of f/2.8, helpt om je onderwerp los te maken van de achtergrond en geeft extra mogelijkheden bij weinig licht. Kies dus niet automatisch het kleinste of grootste diafragma, maar het diafragma dat past bij je beeld.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.